Dwalen door het oude schoolgebouw.
(Uit programmaboekje reünie 2006)
Eenmaal bekend met de plannen van een reünie gaan mijn gedachten automatisch terug in de tijd. Ik herinner mij weinig en probeer mij daarom het oude gebouw voor ogen te halen. Het is verbazend wat er dan allemaal boven komt borrelen. Gewone dingen, leuke dingen en absoluut géén leuke dingen. Jammer dat het oude schoolgebouw niet beschikbaar is op de dag van de reünie. Laten we nog één keer in gedachten door het gebouw dwalen.
Mijn eerste klaslokaal is het hoogste van het HBS gebouw en op die 2e verdieping ook het enige lokaal. De trap van 1e naar de 2e verdieping is vlakbij de kamer van de rector. Dus rustig die trap op, nu die draai naar rechts, verder omhoog en die deur door. We komen voorin het lokaal binnen en gaan zitten met het gezicht naar de deur. Alleen links zijn ramen, veel te hoog om zittend naar buiten te kunnen kijken.In gedachten zie ik meneer Werner achter zijn lessenaar zitten, links vooraan op een stoel met heel lange poten. Altijd een beetje spannend want hij balanceert met zijn stoel op de achterste twee poten en volgens onze inschatting en hetgeen we geleerd hebben bij “slingers” (natuurkunde) passeert hij herhaaldelijk het punt van no return. Dus het móet gewoon een keer gebeuren. Hij pakt zijn zilveren vulpotlood, kijkt in zijn cijferboekje. We zien aan de beweging van zijn rechterwang dat hij zijn Agrégolaatje naar achteren duwt. Nu is hij bijna klaar voor de gevleugelde woorden: “ Kom maar es voor de klas …. jij maar es…….dat zal dan zijn ……mijn grote vriend ….nee, mijn vriendin ….. “Bij een repetitie zou het nu natuurlijk doodstil zijn. Je durft niet te kijken maar je hóórt aan zijn krakende schoenen waar hij ongeveer is. Of je ruikt het aan de lucht van het Agrégolaatje. Je hebt dus het hart niet om te spieken.
Nu zie ik in gedachten in dit lokaal meneer Breeman, tekenen. Hij rookt zo smakelijk Roxy, vanonder die snor. De askegel van een Roxy brandt zo lekker rul. Zo mannelijk. En zo ga ik ook Roxy roken. Nee, niet op school, streng verboden. Stiekem, buiten in de pauze, onder dekking van een ploegje klasgenoten. Het wordt al gauw Drum, vanwege de kosten.
De leraar die nu in mijn herinnering voor de klas komt, is een joviaal figuur. Men mag hem wel. En natuurlijk weet ik ook hoe híj rookt, al doet hij dat vrij weinig. Grote gulzige trekken met de sigaret tussen het uiterste begin van wijsvinger en middelvinger, dus tegen de knokkels aan, waarbij zijn gehele hand dwars over zijn gezicht rust. Ik moet van hem iets opschrijven op het bord. Altijd beter dan een mondelinge beurt want ik ben zo verlegen als de pest. Het bord is driedelig. Een middenstuk met aan beide kanten omklapbare gedeeltes. Ik moet op het middenstuk schrijven en dat is enkele meters breed. Om te demonstreren dat ik mijn les goed geleerd heb, schrijf ik heel snel. Ik wandel als het ware al schrijvend langs het meterslange bord. De leraar roept vanachter mijn rug, dat hij mijn houding irritant vindt. Zijn stem klinkt kwaad en ik durf niet te vragen wat hij bedoelt. Terwijl ik doorga tracht ik mijn houding er geïnteresseerd uit te laten zien. Dan explodeert de aarde.
Ja, zo’n pakkende omschrijving heb ik als 13-jarige niet paraat. Ik heb trouwens helemaal niets meer paraat. Het voelt alsof er iets heel hard tegen mijn achterhoofd slaat. Het volgende wat ik mij herinner is dat ik dizzy op mijn knieën rondscharrel op zoek naar mijn bril. Dan besef ik dat ik geslagen ben. Paniek. Ik moet hier weg. Maar als ik naar de rector wil, zegt de leraar dat hij in dat geval meegaat en dat voornemen laat ik dus meteen weer varen. Terug op mijn plaats probeer ik mijn bril hier en daar recht te buigen. Ik realiseer me dat de leraar dit als uitdaging kan opvatten en zet de bril vlug weer op. Ik ben ineens weer bang, want als dat aanzicht nou es nieuwe agressie oproept? Gelukkig, de les is weer hervat. Er wordt niet meer op mij gelet.
We gaan de trap weer af, langs de kamer van meneer Van der Velden aan links en aan rechts het aardrijkskundelokaal. Nog een trap af en we zijn in de gang bij de hoofdingang. We openen nog éénmaal die strenge deuren en we zien nog net mijnheer Rombout in zijn Lelijke Eend. Hij staat achteruit geparkeerd aan de overkant. De auto rijdt echter langzaam achteruit en zo te zien merkt hij dat niet want hij is intensief met heel andere dingen bezig. Vol ongeloof zien we de auto de rand van de kademuur naderen. Een hekje, een drempeltje, een stoeprandje of iets anders met vertragende werking zit daar niet. Gaat het dan nu echt gebeuren? Nee toch …., maar je ziet toch dat hij nog steeds achteruit ……oh!! ,,Hij is nu vlakbij het randje …… Op dat moment vindt Rombout de rem. Hij stapt uit met een brede grijns vanonder zijn rode kuif met alle gouden kiezen en hoektanden ontbloot en heeft echt wel in de gaten waarop wij staan te wachten. Leuke man, volbloed Fransman uit Marseille, aan zijn spreken te horen : “De aadder onder de graaz”.
Direct links na de hoofdingang is het lokaal van mijn 3e HBS klas. We zitten met de rug naar de ramen aan de voorzijde van het gebouw. Meneer Maas geeft meetkunde. Aardige man met een uitstraling van: ik ben heus niet verlegen. Hij heeft een kromme pijp in zijn mond en dat accentueert zijn uiterlijk. En natuurlijk weet ik wat hij rookt: Voortrekkers. Plotseling wordt er op het raam gebonsd en wij weten: de jongens van de ambachtsschool. Ze roepen iets lelijks naar de leraar. Wij grijnzen een beetje maar meneer Maas zegt: (met Voorburgse r) “Jongelui, we gaan gewoon dooj”.
We lopen nog even verder de gang in, richting gymzaal. Streng verboden gebied voor jongens tijdens de gym-uren voor meisjes. Juffrouw Van Oudenaarde is daar heel streng in. Maar als de meisjes buiten gym hebben en we zien dat, (dat komt bijna niet voor want wij zijn dan vrij en we hebben dan ècht wel iets anders te doen) dan vragen we ons af wat daar nou voor geheimzinnigs aan is. Wij jongens hebben gymnastiek van meneer Van Zoest, leuke man, humoristisch, oprecht, belangstellend. Aan het eind van het schooljaar maakt hij alles klaar voor een reis om de wereld: de gymzaal rond zonder de grond te raken. Daar kijken we naar uit.
Rechts van de deur naar de gymzaal is een deur met direct erachter een trap omhoog naar een soort vide met uitzicht op de gymzaal. Ook verboden terrein. Naast die deur is nòg een deur: daar achter is de trap naar de fietsenkelder. Die deur mag absoluut niet worden gebruikt, alleen als daar schoolfeesten gehouden worden. Normaal moet je buitenom.
Verboden terreinen, verboden deuren, moeten ........en dan haast ik mij opeens in gedachten de gang door, de voordeur uit en sta - veel herinneringen rijker- weer op de Westhavenkade en ruik de haven, de pelmolen en proef vooral : de vrijheid.
Jan Bloemendaal