School aan Westhavenkade
Vlaardingen is begin jaren vijftig -ondanks een inwonersaantal van rond de 50.000 -nog geen school voor openbaar voorbereidend hoger en/of middelbaar onderwijs rijk. Men is aangewezen op een school voor bijzonder onderwijs, het Groen van Prinsterer Lyceum, of men moet scholen bezoeken in gemeenten buiten Vlaardingen zoals Schiedam. Door een weinig voordeel biedende rijkssubsidie liet het gemeentebestuur zich weerhouden om een openbare school op te richten.
Een speciaal daartoe opgericht comité spant zich vele jaren in voor de oprichting van neutraal hoger en middelbaar onderwijs in Vlaardingen. Pas wanneer het rijk de subsidieregeling in positieve zin verandert en instemt met de verstrekking van een buitengewone subsidie, besluit de gemeenteraad in februari 1955 tot oprichting van een gemeentelijk lyceum.
Een jaar later – februari 1956 - wordt dr F.J. Huisman als rector benoemd van het Gemeente Lyceum Vlaardingen. De gemeenteraad koopt het oude schoolpand van het Groen van Prinsterlyceum aan de Westhavenkade dicht bij het havenhoofd en in september 1956 opent rector Huisman de deuren van het Gemeente Lyceum Vlaardingen voor de eerste groep (72 !) leerlingen.
Het schoolpand was in oorsprong een villa, die door de Vereniging Christelijk 
Middelbaar Onderwijs in 1920 van de familie P. van Dusseldorp was aangekocht. Tegen de achterkant van de villa was een vleugel gebouwd, waarin lokalen en gymzaal gevestigd werden. Verder deden een aantal kamers met hoge ramen vóór in de villa dienst als lokaal. Ondanks de grootte van de "kamers" was de ruimte tussen de banken hier toch beperkt en dat verruimde de mogelijkheid tot spieken aanzienlijk.
Als leerling zat je met je rug naar de havenkant toe – dat was tenminste de bedoeling – zodat de aandacht wat meer bij de les bleef en minder naar het gaan en komen van schepen afdwaalde. Voor de leraren was de positie dus duidelijk anders. Zij konden de schepen goed voorbij zien gaan en aardrijkskunde docent Abbink schrijft in 2006 dan ook :”.............'k zie nog vanuit mijn lokaal (net achter de kamer van Huisman...hij zat wel eens mee te luisteren in het tussenkamertje) de schepen over de waterweg varen... ...”

Het leerlingenaantal groeit en na een drietal jaren wordt een tweede herenhuis- tweehonderd meter verder aan de Westhavenkade - in gebruik genomen. Een groot wit pand ter hoogte van de Pelmolen. Ook hier weer leslokalen in wat eens grote statige huiskamers waren geweest. Lokalen met diepe ingebouwde kasten !
Elke klas had doorgaans een eigen lokaal en ging alleen voor lessen die aan een speciale ruimte ( aardrijkskunde, natuurkunde etc) gebonden waren, naar een ander lokaal toe. Dit betekende dat er tussen de lessen door een beweging was tussen de diverse gebouwen van vooral haastende leraren en enkele groepjes - minder haastende! - leerlingen.
Naast de herenhuizen waar HBS enerzijds en MMS en Gymnasium anderzijds werden gevestigd, werd er in 1960 achter het hoofdgebouw op een stuk opgespoten land langs de boulevard aan de Waterweg een dependance met noodlokalen neergezet. In 1960 was er een grote toename van leerlingen, 6 eerste klassen. Het uitzicht vanuit de dependancelokalen was perfect: elk schip werd waargenomen en slechts luxaflex konden de dromende eerste klassers nog redden. Toch waren er leraren die bij een bijzonder voorbijvarend schip zeiden “vooruit maar”, waarna leerlingen meteen het raam bestormden.
1956 – 1964 : een schoolperiode die afgaande op reacties van oud-leerlingen veel herinneringen oproept, zoals bijvoorbeeld: Het water dat hoger en hoger kwam en soms de kade overstroomde. Een enkeling wilde dan nog wel eens proberen te onderzoeken waar de rand van de kade was en verdween dan – soms met schooltas, fiets en al – in het havenwater.
De aanblik van zandzakken voor de deur van de school en de daaruit voortvloeiende hoop van leerlingen op een vrije dag ! Niemand vergeet de geur van het havenwater, vermengd met geuren van de bedrijvigheid op en om het water zoals de pelmolen en de vissersschepen.
En temidden van dat alles bij mooi weer teken- en gymlessen buiten op een veldje op het opgespoten land aan de boulevard.
Een combinatie van factoren gaven deze school in die tijd iets speciaals: de gebouwen, de plek daar aan het water en niet te vergeten de kleinschaligheid van de school.
Doortje van der Hoek-Endendijk
(krantenartikel 2006)
bronnen:
Van Olivier tot Casimir (1991)samengesteld en geschreven door W. J. Scholl en L.J.Ph. Maas.
Stadsarchief Vlaardingen